Soms wil ik een appel zijn, die heeft niets te willen.
Hij groeit en word opgegeten.
Hij heeft niets te willen, zijn leven is al uitgestippeld, hij hoeft niets te kiezen.
Hij weet niet eens wat een keuze ís, laat staan het kiezen.
Soms wil ik een appel zijn die heeft niets te willen…
Soms wil ik een appel zijn, hij heeft niets te willen.
Zijn leven is al uitgestippeld, voordat wij hem schillen.
Soms wil ik een appel zijn, die heeft geen verdriet.
Want soms door mijn tranen zie ik de wereld niet.
Soms wil ik een appel zijn, zijn leven is maar kort.
Zijn leven is al uitgestippeld, hij heeft niets te willen…